Bijbelse psychologie

0 Comments

Binnen de seculiere psychologie gaat men ervan uit dat in het onderbewuste van de mens allerlei ervaringen en emoties worden opgeslagen. Het onderbewuste heeft vervolgens invloed op ons dagelijkse leven, zonder dat we het ons bewust zijn. Zo zouden negatieve ervaringen en emoties vanuit het verleden ervoor kunnen zorgen dat we in het dagelijks leven niet uit de verf komen. Methoden als psychoanalyse en NLP zijn erop gericht om ons onderbewuste als het ware te resetten, zodat we ons leven alleen vanuit hetgeen we ons bewust zijn zullen leiden om zo tot onze bestemming te kunnen komen.

De Bijbelse psychologie geeft ons een heel ander beeld en wijst ons ook een andere weg om tot onze bestemming te komen. In mijn blog ‘Onze reis door de hemelse gewesten’ heb ik laten zien hoe we ons de hemelse gewesten (de geestelijke wereld) op grond van de Bijbel voor kunnen stellen. Ik ga dit hier niet herhalen, maar ga wel uit van de indeling van de geestelijke wereld die ik in deze blog heb weergegeven. Alleen draai ik de indeling om. De zogenoemde ‘derde hemel’ (het koninkrijk van God) plaats ik onderaan en de ‘eerste hemel’ (het rijk der duisternis) bovenaan. Dit ziet er dan als volgt uit:

Voor deze indeling gebruik ik een beeld dat Paulus ook gebruikt, namelijk dat ons lichaam een tempel van de heilige Geest is (1 Korinte 6:19). In het Grieks wordt gesproken van de ‘naos’, waarbij het alleen om het gebouw van de tempel gaat. Dit gebouw bestond uit twee ruimten met daartussen het voorhangsel. Het voorhangsel hing tussen het heilige en het heilige der heiligen.

Door ons dualistische goed / kwaad-bewustzijn zijn we sterk geneigd om ons fysieke lichaam – en het daarmee verband houdende ego – als ‘kwaad’ te zien en God als ‘goed’. Dit dualistische onderscheid wordt door ons bewustzijn gecreëerd, maar in werkelijkheid is er geen sprake van scheiding. Zolang we ons identificeren met het ego, door Paulus de oude mens of het vlees genoemd, bevinden we ons in het rijk der duisternis, waar we leven onder de vloek van zonde en dood. Het oude verbond met de wet van Mozes vormt een schaduwbeeld van ons leven onder de vloek (wet) van zonde en dood. Hoewel het oude verbond een bepaalde mate van heerlijkheid had, noemt Paulus het de bediening des doods (2 Korinte 3:7).

Wat men in de seculiere psychologie als het onderbewustzijn ziet, is in werkelijkheid de bril van het collectieve goed / kwaad-bewustzijn, waardoor we de wereld waarnemen. Er is hierbij sprake van een vicieuze cirkel. Herinneringen en emoties worden gewoon opgeslagen in ons geheugen, in onze mind en zolang we onze mind afstemmen op datgene wat voor ogen is (de fysieke werkelijkheid; mind of flesh), zullen we ons blijven identificeren met het door ons brein gecreëerde ego (de oude mens). Hierdoor blijven we in het rijk der duisternis hangen, waar we verblindt zijn voor de werkelijkheid van het heilige der heiligen dat zich binnen in ons bevindt.

Toen de Farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij hun: De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Want zie, het koninkrijk van God is binnen in u.” (Lukas 17:20,21)

Het ‘heilige der heiligen’ vormt ons werkelijke onderbewustzijn. Jezus riep ons op om ons te bekeren, omdat het koninkrijk van God binnen in ons is. Deze oproep tot bekering gaat om het bewustwordingsproces van ons onderbewuste. In het rijk der duisternis hebben we geen zicht op het koninkrijk van God en daarom zal de blijde boodschap van het evangelie van het koninkrijk ons ter oren moeten komen.

Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.” (Romeinen 10:17)

We zullen ons doen en laten in geloof moeten afstemmen op ons onderbewuste. Ons bekeren van een mind of flesh naar de mind of Christ. Ons onderbewuste bestaat uit twee lagen. De bovenste laag is het koninkrijk van het Licht en de onderste laag het koninkrijk van God. We kunnen alleen via de bovenste laag, het koninkrijk van het Licht, doordringen tot de onderste laag, het koninkrijk van God. Het koninkrijk van God is voor mensen die in de duisternis wandelen een ontoegankelijk Licht (1 Timoteüs 6:16). In de Hebreeën-brief (12:29) wordt God daarom omschreven als een verterend vuur. Dat heeft niets te maken met de toorn van God over onze zonden, maar omdat het ontoegankelijke Licht zo intens is dat onze lichamen van vlees en bloed er door zouden verteren als we vanuit de duisternis het koninkrijk van God zouden binnen wandelen. Om die reden kunnen onze lichamen van vlees en bloed het koninkrijk van God niet beërven (1 Korinte 15:50). Het verzoendeksel dat op de Ark lag was ter bescherming van de hogepriester, zodat hij niet in de Ark zou kijken en dood zou neervallen.

In mijn blog ‘Onze reis door de hemelse gewesten’ heb ik beschreven hoe wij kunnen doordringen tot de onderste laag van het onderbewustzijn, tot in de Ark van ons behoud, de verlossing. Hierbij gaat het om de verheerlijking van ons lichaam, waardoor we wel het koninkrijk van God kunnen binnengaan. Dit bewustwordingsproces verloopt via onze wedergeboorte, waardoor we het koninkrijk van het Licht binnengaan.

Ik sluit deze blog af met een parafrase van een gedeelte dat ik eerder al in verschillende blogs heb genoemd.

Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer het oude verbond, als beeld van het heilige, voorgelezen wordt, een bedekking (de identificatie met het ego) over hun hart (ons onderbewuste heilige der heiligen), maar telkens wanneer iemand zich tot de Here (Christus in ons) heeft bekeerd door de oude mens voor gekruisigd te houden, wordt de bedekking van het voorhangsel weggenomen. De Here nu is de Geest (Christus in ons); en waar de Geest des Heren is, is vrijheid. En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, aanschouwen als in een spiegel – in ons heilige der heiligen – de heerlijkheid van de Here (Christus in ons), waardoor onze fysieke gedaante veranderd naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.” (parafrase van 2 Korinte 3:15-18)

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *